dinsdag 27 oktober: Jona

Jona, het verhaal van de man in de vis, staat vandaag centraal.

Maarreh..hoe zat nu ook alweer?
Jona was een profeet, een man die het woord van God aan de mensen verkondigde.
Op een dag krijgt hij van God de opdracht om naar Ninevé te gaan. Dat was een grote stad in Assyrie. God zegt Jona dat hij de mensen in de stad een keuze moet geven: of bekering tot God en ophouden met zondig leven of de verwoesting van de stad.
Jona heeft hier helemaal geen zin in. Hij denkt bij zichzelf: 'ze luisteren toch niet naar me'. Misschien is hij ook gewoon een beetje bang voor de mensen in Ninevé. Vaak vinden mensen het niet erg leuk als je ze komt vertellen dat ze het niet goed doen.
Jona vlucht in elk geval weg van God en weg van Ninevé en neemt de boot de andere kant op. Maar zo makkelijk komt hij er niet vanaf. Het schip komt in een storm terecht en al snel realiseert Jona zich dat hij door zijn koppigheid om niet naar Ninevé te willen de hele bemanning van het schip in gevaar brengt. Hij vraagt de bemanning om hem maar overboord te mikken, een moedig besluit.

Maar God wil niet dat Jona zo aan zijn eind komt. Er komt een grote vis aan die Jona in een hap opslokt, hem drie dagen laat nadenken over de rest van zijn leven en dan weer uitspuugt.

Toch maar naar Ninevé, heeft Jona in de tussentijd bedacht.
Eenmaal in Ninevé blijkt dat Jona zich voor niks zo druk heeft gemaakt over de stad. De mensen zijn, na de eerste schrik, blij dat Jona ze komt waarschuwen. Ze doen hun uiterste best om God te laten zien dat ze echt willen veranderen.

En Jona? Die is er eigenlijk helemaal niet zo blij mee. Is hij helemaal naar Ninevé gegaan, met walvis en al, wordt de stad ook nog eens niet verwoest. Waarom is hij er dan? Lekker geloofwaardig ben je dan als profeet!

Maar dan grijpt God even hard in: de boom waaronder Jona lekker koel zat liet hij verdorren zodat Jona in de hete zon zat.  Nu werd Jona helemaal boos: 'als alles al verdord, laat mij dan ook maar verdorren, het kan me toch niet schelen'. Maar God zei: Jona, als hij al verdriet hebt en boos wordt omdat er één boompje dood is, denk je dan eens in hoe verdrietig ik word als die hele stad vernietigd wordt en alle mensen dood gaan. Dat is toch niet de bedoeling?' Toen pas snapte Jona dat het er niet om ging om wraak te nemen, maar dat het er om ging hoeveel God van de mensen houdt. Niet alleen van de mensen van zijn eigen volk, maar ook van andere volken.

Kun jij je voorstellen dat Jona er wel een beetje op hoopte dat de stad vernietigd werd? En dat hij eigenlijk helemaal geen zin en geen moed had om naar Ninevé te gaan om de mensen daar aan te spreken.
Durf jij mensen aan te spreken als ze verkeerde dingen doen?

Reacties: Geen berichten
De reageermogelijkheid is momenteel gesloten.

Website van het Oud-Katholiek Jongerenpastoraat | Kon. Wilhelminalaan 5, 3818 HN Amersfoort | 
Site design: Sync. Creatieve Producties; techniek: SiteCan